Max Liebermann (1847-1935) Houtsnede 'Ecke met Wiege' ~1925
Max Liebermann (1847-1935)
Houtsnede 'Ecke met Wiege' ~1925
Afmetingen ca. 17,5 x 13,5 cm.
Tekening op hout getekend door Max Liebermann en gesneden door Reinhold Hoberg (1859-1932).
Max Liebermann (1847–1935) was een toonaangevende Duitse kunstschilder en graficus die een centrale rol speelde in de overgang van het realisme naar het impressionisme in Duitsland. Hij was medeoprichter en voorzitter van de Berliner Secession en wordt beschouwd als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het Duitse impressionisme. Liebermann had een diepe artistieke band met Nederland, dat hij tussen 1874 en 1914 vrijwel elke zomer bezocht. Hij noemde Nederland zelfs zijn "schilderachtig vaderland". Hij schilderde veelvuldig in Noordwijk, Laren, Amsterdam (o.a. het Burgerweeshuis) en Drenthe. Hij raakte bevriend met schilders van de Haagse School, zoals Jozef Israëls, wiens werk hem inspireerde tot het vastleggen van het eenvoudige leven van de plattelandsbevolking. Zijn vroege werken in Drenthe waren voor Vincent van Gogh een belangrijke reden om ook die regio te bezoeken. Aanvankelijk schilderde hij sobere, naturalistische taferelen van arbeiders, zoals de beroemde Gänserupferinnen (Ganzenpluksters), wat hem destijds de bijnaam "apostel van de lelijkheid" opleverde. Onder invloed van de Franse impressionisten en de Nederlandse kustgebieden werd zijn palet lichter en zijn penseelstreek losser. Hij legde zich toe op het vangen van licht en beweging, vaak in scènes van terrassen, ruiters op het strand of zijn eigen tuin aan de Wannsee. Als Joodse kunstenaar kreeg hij na de machtsovername door de nazi's in 1933 te maken met vervolging. Hij mocht niet meer exposeren en trad terug uit al zijn officiële functies. Hij stierf in 1935 in Berlijn.
Reinhold Hoberg (1859-1932) was een Duitse schilder en graficus, vooral bekend om zijn genretaferelen en houtsneden. Hij werd geboren op 4 oktober 1859 in Berlijn en stierf op 25 februari 1932 in Zingst. Hij studeerde aan de Academie voor Schone Kunsten in Berlijn. Gedurende zijn leven werkte hij op verschillende locaties, waaronder Leipzig, Antwerpen, Stettin, München, Hamburg en Berlijn-Charlottenburg. Hij begon met genreschilderkunst en exposeerde vanaf 1888 regelmatig op de tentoonstellingen van de Berlijnse Academie. In München specialiseerde hij zich in houtsneden. Zijn illustraties verschenen in bekende tijdschriften zoals Fliegende Blätter, Simplicissimus en Jugend. Hij maakte houtsneden naar ontwerpen van kunstenaars als Max Slevogt en Max Liebermann. Een aantal van zijn grafische werken werd ook gepubliceerd in het prestigieuze tijdschrift "Das graphische Jahr" (1923).
Deze biografie is onder andere met behulp van kunstmatige intelligentie gemaakt.