Kurt Mühlenhaupt (1921-2006) Kleurenlitho 'Op de kermis' ~1970

€ 35,00

Kurt Mühlenhaupt (1921-2006)

Kleurenlitho 'Op de kermis' ~1970

Afmetingen: ca. 21,8 x 12,7 cm. Blad: ca. 32,5 x 22,7 cm.

Druk op Velín.

 

Kurt Mühlenhaupt (1921-2006) werd letterlijk tussen twee werelden geboren: op 19 januari 1921 zag hij het levenslicht in een rijdende trein tussen Praag en Berlijn. Die rusteloze start bleek de opmaat voor een kleurrijk en bewogen leven waarin hij uitgroeide tot de ongekroonde "Koning van Kreuzberg".
Hoewel hij na de Tweede Wereldoorlog kortstondig aan de kunstacademie in West-Berlijn studeerde, was hij vooral een man van de praktijk die de kunstwereld op zijn eigen manier veroverde. Voordat hij kon leven van zijn schilderijen, was hij een echte overlevingskunstenaar. Hij sloeg zich door het leven als trödelhandelaar (handelaar in tweedehands spullen), verzamelaar van aardappelschillen en zelfs als muzikant met een draaiorgel.
In de jaren zestig werd hij een centrale figuur in het Berlijnse bohemiencircuit. Hij opende de legendarische kunstenaarskroeg Leierkasten in Kreuzberg, waar beroemdheden als Henry Miller en Friedrich Dürrenmatt over de vloer kwamen. Hier hing hij zijn eigen werk op tussen de bierglazen en de rook, gedreven door de overtuiging dat kunst toegankelijk en betaalbaar moest zijn voor de "gewone man".
Zijn artistieke doorbraak kwam eind jaren zestig. Mühlenhaupt werd de chroniqueur van de Berlijnse achterbuurten. Met zijn karakteristieke zwarte hoed en een warm hart voor de verschoppelingen van de stad legde hij het "milieu" vast: de krasse oma’s bij de groenteboer, de stamgasten in de hoekkroeg en de spelende kinderen op de grauwe binnenplaatsen. Zijn stijl was nuchter, menselijk en barstensvol verhalen, wat hem een plek bezorgde in de groep van de Berliner Malerpoeten (schilderende dichters), samen met onder andere Günter Grass.
Na decennia in het hectische Berlijn zocht hij later de rust op in Brandenburg. In Bergsdorf creëerde hij samen met zijn vrouw Hannelore een eigen universum in een oude boerderij, waar hij bleef schilderen, beeldhouwen en zijn omvangrijke autobiografie in elf delen schreef. Tot aan zijn dood op 16 april 2006 bleef hij trouw aan zijn missie: het vangen van de schoonheid in het alledaagse en de menselijkheid in de marge.
Zijn nalatenschap wordt levend gehouden in het Kurt Mühlenhaupt Museum, dat zijn werk presenteert op de plek waar zijn hart lag: Berlijn-Kreuzberg.

Deze biografie is grotendeels zelf en met Kunstmatige Intelligentie gemaakt.